Terug naar Firefox 4

vers la version FR

ONZE GESCHIEDENIS

1920 1930 1940 1950 1960 1980 1990 2000 2010

1920

De vereniging kwam tot stand uit de publieke onvrede over wat er in de bioscoop te zien was

Film journalisten stelden vast dat de publiciteit voor de films op een steeds opdringende wijze in de pers aanwezig was. Het onderscheid tussen filmkritiek en publicitaire tekst was niet duidelijk meer. De filmjournalisten Jules en Edouard Flament Tallenay, oprichtende leden en toekomstige presidenten, van de filmpersvereniging sloegen in 1924 in de krant La Nation Belge alarm.
Het eerste wat ze aanklaagden was het volgende: "Het publiek, en daarmee bedoelen we kunstenaars, schrijvers, journalisten, schilders, leraren en families van deze intellectuelen ─ en dat betekent in Brussel, nog altijd een paar duizend mensen ─ Wel , dat publiek, deze consumenten, gaan niet meer naar de film. Gewoon omdat de meeste films die er vertoond worden hen niet meer interesseren.. " Blijkbaar is er sedert 90 jaar niet veel veranderd!”
Om hieraan te verhelpen richtten, Flament en Tallenay de filmclub “Amis du Cinema” in Brussel op. Ze deden dit vanuit ‘edele educatieve doeleinden’. Hun missie: het publiek te ontmoeten en hen de film"toe te lichten en te verklaren". Ze wilden aan filmopvoeding doen. Ze pleiten dan ook voor de vertoning van films in het onderwijs.



Oorspronkelijk waren er 7 journalisten
In 1925, werd de Beroepsvereniging van de Belgische Filmpers Film (BBF) opgericht. De leiding lag in de handen van de zeven pioniers Edward Tallenay (La Nation Belge), Carl Vincent (L'Indépendance Belge), Arthur Michel (La Gazette), Julien Flament (Cinéo) Pierre Bourgeois (INR), Joris De Maegt (Het Laatste Nieuws) en Henri de Broudère (L'Étoile Belge).
De BBF zetelde in het Huis van de pers op 48 rue de l'Ecuyer/ Schildknaapstraat te Brussel en wel op de eerste verdieping van het gebouw Vanderborght Brothers. Het “kantoor” bevatte een biljarttafel, een piano en comfortabele meubels. Met de talrijke Banketten, recepties, ontvangst van buitenlandse collega’s was het er zeer druk. De alcohol beperking als gevolg van de recente wet Vandervelde gold niet voor deze "privé-club".
Op 18 augustus waren er 11 aangesloten leden die zich als oprichters kunnen doen gelden.. Naast de zeven oorspronkelijke leden kwame er nog Emmanuel Vossaert (Le Soir), Marcel De Ceulener (Het Laatste Nieuws), Octave Steghers ( De Standaard) en Charles-André Grouas (L'Indépendance Belge) bij. Samen leidden ze tot tot 8 maart 1929 de vereniging. Dan zijn er nog maar 19 leden. De formaliteiten en de toelatingsvoorwaarden zijn zeer streng en werden op 18 december 1926 vastgelegd. Op dat moment biedt het Huis van de Brusselse pers aan een tiental groepen onderdak zoals het Syndicaat de van de Informatieve pers of de Vereniging sportjournalisten.

De oprichting van een hulpfonds
In 1925, ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van de geboorte van cinema, organiseert de vereniging organiseert een banket ter ere van Raoul Grimoin-Sanson, een van de film pioniers in Frankrijk en in België. Hij woonde zelfs een tijdlang in België en was de uitvinder van de fototachograaf (photoachygraphe) en de cineorama.
De 30ste april 1926 organiseert de vereniging haar eerste evenement en patroneert het de voorstelling van de Belgische film van Jean Velu, “La Forêt qui Tue”, ten voordele van Werk van de Oorlogstuberculozen. Aanwezig zijn de Franse regisseurs Léon Poirier, Abel Gance en René Clair.
De vereniging richt op 14 februari 1927 het hulpfonds op . Het is één van de eerste initiatieven om de belangen van haar leden te verdedigen, in een tijd waarin de sociale zekerheid praktisch onbestaande is. Zeer snel en om haar reputatie te vestigen, start de vereniging zijn befaamde gala voorstellingen.


Op dat ogenblik zijn international filmploegen actief in de filmstudio’s te Machelen, gebouwd in 1922 en waar in 1973 zelfs Jacques Brel zijn film Le Far West zal draaien. Deze teams worden door de vereniging uitgenodigd voor gezellige lunches. Dit gebeurt tijdens de opnamen van de film Le Juif Polonais van Harry Southwell. Vandaag zijn deze studio’s in Machelen verlaten, maar nu zijn het deze in Sint-Pieters-Leeuw (Monev Studios) die geregelend internationale filmploegen.
Na vijf jaar telt de vereniging 26 leden maar kent ze een diepe krisis. Ze herschrijft haar statuten volledig. Ze vraag aan Leon Duwaerts, de secretaris-generaal van de Algemene Vereniging van de Belgische pers (AGPB) en ook werkzaam bij het agentschap Belga om voorzitter van de vereniging te worden. Hoewel hij nooit iets over de 7e kunst heeft gepubliceerd, wordt hij als een persoon beschouwd die de vereniging een ernstig imago kan geven en daarmee ook de goede start van de vereniging kan garanderen.

1930

Het begin van een gouden periode



Raoul Grimoin-Sanson is de ook de uitvinder van de “projector met uitlaat/afkoeling”. De burgemeester-Minister van Staat Xavier Neujean en ere gasten nodigen hem in januari 1930 uit om in Luik aanwezig te zijn bij de inhuldiging door de BBF van de gedenkplaat voor de eerste filmvoorstelling in Wallonië. Deze projectie met Grimoin-Sansons’fototachograaf had 24 jaar eerder op , 27 september 1896, in de 6 rue de la Cathédrale in het café Canterbury plaatsgevonden.
In 1930, helpt de BBF, actief de filmsector en de Belgische cinema in het bijzonder. Ze moedigt de oprichting van de Belgische Vereniging van Amateur Filmmakers aan. Dit is een initiatief om de cameramannen en amateur scenaristen bij elkaar te brengen. De Unie wil de onafhankelijke film in België bevorderen.
Dat zelfde jaar krijgt de Vereniging een schok: André Sormani, verantwoordelijk voor de filmrubriek van Midi-Journal, en Charles Guillaume richten een nieuwe vereniging op voor filmjournalisten nl., de Beroepsunie van de Belgische filmpers / l’Union Professionnelle de la Presse Cinématographique Belge!
Deze nieuwe organisatie vestigt zich eveneens in het Huis van de Brusselse pers. De leiding van de BBF maakt duidelijk dat ze open staan voor een samengaan met deze nieuwe filmjournalisten unie. Onderhandelingen mislukken, elke president klampt zich aan zijn titel vast. Het bestaan van deze nieuwe unie blijkt uiteindelijk van zeer korte duur. Maar de discussies die deze situatie met zich meebracht heeft de grote verdienste gehad dat voor het eerst de Filmverslaggevers in een speciale sectie werden samengebracht en dat ze voor het eerst ook een perskaart hebben gekregen.
Dankzij de inzet van een paar stichtende leden van de BBF wordt in 1930 te Brussel ook de Internationale Federatie van Film Critici, de FIPRESCI opgericht,. De Belgische filmjournalisten van de BBF hebben op dat vlak pionierswerk verricht en aldus een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Federatie geleverd. Dit zal zij ook nog doen in de jaren 1930, en ze zal overigens nog lang een zeer actieve rol in spelen, zowel op nationaal als internationaal vlak.



Expansie en activiteiten
Op 4 februari 1931 komt de Antwerpse afdeling van de vereniging tot stand. Het organiseert met de film L'Aiglon van Leonard Turzhansky zijn eerste gala voorstelling in de Odeon bioscoop op 16 oktober 1931. Dat jaar is de Brussel afdeling van de BBF gastheer van de eerste internationale amateur-film competitie. Vijf landen nemen er aan deel. En op 2 december van dat jaar, na een gerechtvaardigd protest van de Belgische pers over de inhoud van de Franse filmactualiteiten, deelt de eigenaar van Pathé, Bernard Natan, mede dat een belangrijke en bijzondere aandacht geschonken zal worden Belgisch film nieuws : Dit om de Belgische nieuws in film tijdschriften te promoten en er zo voor te zorgen dat het publiek de Belgische film meer apprecieert.

Film Week in Brussel
In 1932, is de zeer actieve voorzitter van de Vereniging Julien Flament gastheer van een lunch ter ere van Maurice Chevalier, genomineerd voor een Oscar twee jaar eerder dit in de de Brusselse Rotisserie du Bon Marché. The place to be op dat ogenblik. In december van hetzelfde jaar lanceert de vereniging een Brussels Film Week. In feite een heus internationaal filmfestival, op een ogenblik dat er nog niet vaak van een filmfestival sprake is. Het trekt filmsterren aan als Harold Lloyd, Raimu, Jean Gabin, Victor Francen en Albert Prejean. Maar naast het spektakel heeft het evenement als belangrijkste missie nl. een educatieve. Het wil duidelijk maken dat film een potentiële positieve bijdrage kan leveren aan het onderwijs. In dit verband bijvoorbeeld wordt de film Nanook of the North vertoond. Het is belangrijk omdat het de basis legt van de Belgische film opleiding die later voor zijn kwaliteit tot ver buiten haar grenzen bekend wordt en dat met de oprichting van gerenommeerde scholen, zoals NARAFI (1938), IAD (1959) , INSAS (1962), Rits (1962) of de afdeling "beeldende kunst" van La Cambre (1980).
Tijdens deze gouden jaren van de film organiseert de Vereniging regelmatig bijeenkomsten in het prestigieuze Huis van de Pers te Brussel en worden er personaliteiten als Fritz Lang (september 1932), Suzy Vernon (januari 1933) en Jeannette MacDonald (maart 1933) ontvangen.



Het eerste festival in België
In 1935, behoort de BFF ─ onder de leiding van Carl Vincent ─ tot de organisatoren van een internationaal filmfestival in Brussel. Dit is het eerste initiatief in het kader van de Wereldtentoonstelling van 1935. Een wedstrijd van 72 films wordt van 26 september-17 oktober in het nieuwe Alberteum (later het Planetarium van Brussel in 1954) vertoond.
Voorzitter Leo Duwaerts zal later dit over het evenement schrijven: "Hoewel de dominantie van de Amerikaanse school en de voortgang van het Engels en de Belgische film er te zien was, toonde het , International Film Festival in Brussel vooral de prachtige ontwikkeling van de documentaire en de wetenschappelijke films, en kregen we een vrij goed inzicht van de huidige stand van zaken in de 7de kunst."
De vereniging kent in 1935 de prijs Plateau voor animatiefilms toe aan La fanfare en Qui à tué le rouge-gorge? , terwijl The Informer van John Ford le Grand Prix du Roi krijgt. Een FIPRESCI Award voor beste filmreportage wordt toegekend aan La merveille de l’Occident: le Mont-Saint-Michel van de Franse cineast Maurice Cloche.
Twee jaar later (1937) wordt op internationaal vlak de UNICA (International Union of onprofessioneel Cinema) opgericht.

1940

de donkere jaren

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verkiest de Beroepsvereniging van de Belgische filmpers (BBF) niet actief te zijn. Een aantal leden verblijft in Duitsland in gevangenschap en de filmindustrie in België wordt door de leden van de Nieuwe Orde beheerd en gecontroleerd.



Uitsluiting van 11 leden
Onder voorzitterschap van de gerenommeerde en dynamische Leo Duwaerts sluit de Vereniging 11 leden levenslang uit van de vereniging en dit unaniem. Tijdens de bezetting hebben deze elf hebben met hun persorganen onder de bezetting verder gewerkt. Deze disciplinaire maatregelen veroorzaken een schokgolf in het beroep en kent ernstige gevolgen.
Bij de levenslag geschortsten zijn er grote namen uit de kunstwereld zoalsCarl Vincent en Herbert Delport, twee voormalige presidenten van de BBF. Andere grote critici zoals Robert Poulet, redacteur van het dagblad Le Nouveau Journal en zijn journalisten Paul Werrie, Jules Lhost en Gaston Derycke worden overigens ook niet gespaard. Derycke is schrijver van het beroemde detective verhaal Je n’ai pas tué Barney/Ik heb Barney niet gedood ( 1940). Of Marcel Ceulener, aka Rene Dylman (Het Volk), Paul Kinnet en Ludo Patris (beiden van La Libre Belgique), Willem Rombauts (Vooruit) en Marc Dubois, aka Marc Carghese, die allen de toegang tot het filmjoernalisme ontzegd worden.
Dit betekent voor hen een brutaal en definiteif einde van hun carrière in de journalistiek. Sommigen worden gearresteerd of kiezen voor de ballingschap in Frankrijk, Spanje of Italië n zoals de president en co-oprichter van de BBF Carl Vincent , om een doodvonnis te ontvluchten. Behalve Jules Lhost, lid van de Rexist partij, wordt op 22 maart 1945 geëxecuteerd. Anderen verdienen de kost als schrijvers van boeken end an vaak onder pseudoniemen. De namen van deze journalisten werden vervolgens uit alle officiële gidsen van de Belgische pers geschrapt.
Terwijl na de Tweede Wereldoorlog de Belgische Beroepsvereniging van de Filmpers 11 van haar leden , gespecialiseerd in film straft, worden er in de hele Belgische pers (de Algemene Vereniging van de Belgische pers) 80 journalisten, alle specialisaties uit hun beroep geschrapt, dit zoals het artikel 2 van de besluitwet van de regering van 6 mei 1944 had bepaald om de journalisten die tijdens de bezetting een misdrijf hebben gepleegd of een poging daartoe hebben gedaan, te straffen met "een verbod op het recht om deel te nemen, in welke hoedanigheid dan ook, bediening, beheer, het schrijven voor, afdrukken van of de distributie van een krant of een andere publicatie. Het werd onaanvaardbaar geacht dat na de bevrijding van het grondgebied, zij die hadden gecolaboreerd met de Duitsers terug deel zouden nemen aan het openbare leven.

René Jauniaux, voorzitter vermoord in Duitsland
Begin april 1945 is René Jauniaux film criticus voor de krant Le Peuple. Hij is oorlog correspondent en de zoon van de Socialistische senator Arthur Jauniaux. Veertien dagen na zijn verkiezing te Brussel tot voorzitter van de BBF vertrekt hij op 31 maart naar Duitsland. Hij begeleidt er het Derde Amerikaanse leger in haar opmars over de Rijn. Samen met twee collega's zit hij in een jeep. Ze willen op een gegeven ogenblik een tank voorbijrijden. Op een teken van een commandant willen ze links voorslaan, maar ook de tank doet dit helaas ook. René Jauniaux is op slag dood. Jauniauxs’voorganger Leon Duwaerts, neemt opnieuw het voorzitterschap waar en wordt dan unaniem als voorzitter van de vereniging gekozen.
Om deze donkere en droevige periode te vergeten organiseert de vereniging van 30 november tot 8 december 1945, een soort van Festival nl. het Decennium van de Film, om de 50ste verjaardag van de cinema te vieren. Verschillende Belgische en Franse genodigden zoals filmmaker Jean Painlevé komen naar Brussel en ze brengen hulde aan de uitvinders en de voorlopers van de cinema, sommige zijn dan nog in leven. De Vereniging blijkt één van de weinige film organisaties in de wereld te zijn die deze vijftigste verjaardag van de eerste filmvoorstelling in Parijs op 28 december 1895 te viert.



De vereniging brengt het Brussels Festival
In 1946 vormen de vertegenwoordigers van de vereniging een commissie, onder leiding van André Thirifays om de overheid te overtuigen een aanzienlijke subsidie toe te kennen aan de vereniging die het World Film Festival van Brussel wil oprichten. Op dat ogenblik bestaat het Internationaal filmfestival van Cannes nog niet. De eerste editie van Cannes vindt plaats eind September 1946. Brussel wil het centrum van de film worden. Minister Piet Vermeylen is cinefiel en hij legt zijn hele gewicht in de schaal om de overheid van het project te overtuigen. Hij maakt duidelijk dat als er in Belgiê een internationaal filmfestival komt, dan maakt het van België een uitzonderlijk filmland” Het zou het vervolg moeten worden van het eerste succesvolle internationaal filmfestival dat in Brussel in 1935 plaats had gevonden.
De 21 april 1946, publiceren een aantal kranten, waaronder La Libre Belgique grote uittreksels uit een tekst van de Vereniging waarin voor het project van een groot Film Festival in België wordt gepleit. Er worden de moeilijkheden van het Filmfestival van Venetië, om opnieuw op te starten vermeld, omdat het door Mussolini voor zijn fascistische regime propaganda doeleinden opgericht werd . De vereniging stelt ook dat "De leiding van grote Amerikaanse bedrijven, die onlangs een bezoek aan Brussel brachten, in de Belgische hoofdstad of ook in Stockholm, een geweldige plaats zien om een gerenommeerd festival te lanceren. België, dat geen groot productie land is, wordt als een uitstekende locatie beschouwd en het is de draaischijf van het Westen. Het zou als neutraal land een ideale verbinding tussen de Angelsaksische en Germaanse wereld zijn."



Dit festival komt er effectief in 1947 en loopt van 1 tot 30 juni in het Paleis voor Schone Kunsten, met een decentralisatie in heel het land. Het ontvangt personaliteiten zoals Claude Autant-Lara, Gérard Philippe, Micheline Presle, Sarah Churchill, Rita Hayworth, Marlene Dietrich Gregory Peck, Trevor Howard, Jean Marais en Stewart Granger. Citizen Kane van Orson Welles en Le fondateur van Charles Dekeukeleire werden onder meer voor het festival geselecteerd.
Het evenement kent meteen een groot schandaal, ten gevolge van de Franse film Le diable au corps van Claude Autant-Lara met de toemalige vedetten Gérard Philippe en Micheline Presle. In een interview met Le Soir in 2010 vertelt Micheline Presle: "Tijdens de voorstelling, waarschijnlijk tijdens een bed scène, is de ambassadeur van Frankrijk opgestaan en hij riep: 'Dit is schandalig, het is een schande! "En hij ging naar buiten met slaande deuren. Ik herinner het mij als een belangrijk diplomatiek incident." 'Niemand weet precies of dit diplomatiek incident het Festival heeft veroordeelt, omdat het, ondanks een overweldigende internationaal succes, zijn subsidies verliest, dit natuulijk tot tot ontzetting, van de leden van de vereniging.
Het festival trekt naar de kust en in een andere andere vorm. Het wordt het internationale festival van de experimentele film in Knokke. Officieel werd gezegd dat het Festival van Brussel een te grote concurrentie zou zijn voor Cannes en Venetië, die dan in hun kinderschoenen staan. Veel later, in 1974, maar met minder ambities en geconfronteerd met (inter) nationale concurrentie wordt er te Brussel een nieuw filmfestival opgericht. Het zal jaren gedomineerd worden door de grote Belgische filmverdelers die het eerder als een lanceerbasis voor hun nieuwe “commerciële” films beschouwen. Vandaag vindt het Brussels Film Festival jaarlijks in juni plaats in Flagey en probeert het de betere Europese films te promoten En waarin de Vereniging in 1946 niet tot een goed einde kon brengen lijkt nu wonderwel wel het geval. Het festival wordt nu geleid door Ivan Corbisier, voormalig voorzitter van de Vereniging. Sinds enkele jaren reikt de UBFP er de Prijs van de Filmkritiek uit.

Brussel Cinema Veertiendaagse
Nog in de nadagen van de roes van de bevrijding, viert de Vereniging haar 25ste verjaardag. Het organiseert met gala's en films de “Veertiendaagse van de film” te Brussel. Er worden avant-premières vertoond van La Ferme des sept pèchés, Le Grand Cirque, Le Moulin du Pô of nog The Saxon Charm. Aanwezigen zijn Luis Mariano, Anouk Aimée, Blanchette Brunoy, Madeleine Sologne, Honor Blackman en Peter Mingand. Toots Thielemans, een jonge harmonica jspeler van 27 jaar doet zich opmerken. Het festival wordt gepresenteerd door Pierre Vandendries, een toenmalige.

1950

Een split die een kentering betekent



In 1950, onder het beschermheerschap van de Vereniging, wordt er in Knokke een groot film seizoen aan de Franse cinema gewijd. Tussen 1 en 15 juli vinden er talrijke avant-premieres plaats tot groot genoegen van de Belgische filmfans. Zes films worden buiten competitie vertoond : La Belle que voilà ; Ce siècle a cinquante ans ; La montagne est verte ; La révolution de 1848 ; La Ronde en L'Ingénue libertine.
De volgende zomer, in 1951, is de Vereniging terug te Knokke. Dat jaar wordt een hommage gebracht aan de Amerikaanse cinema. Het festival opent met Follow the Sun met Glenn Ford. Het betekent niet dat de Franse cinema afwezig is en films als Juliette ou la Clé des songes en Le Jugement de Dieu staan eveneens op de affiche.
In 1953 kent de vereniging een terugslag en zijn er heel wat minder activiteiten. Er zijn interne strubbelingen: er is een tekort aan geld en er is een strijd tussen verscheidene ego’s of beter tussen de jonge en oude generatie ontbrand. De Vereniging wordt met een nooit geziene krisis geconfronteerd en een breuk tussen twee fracties is het resultaat. Het leidt tot de oprichting van een nieuw Filmpers vereniging, nl. de Unie van de Filmkritiek (UFK). Onder de oprichters van deze nieuwe bond zijn er Pierre Thonon, Joseph Bertrand en Olivier Delville. Het opmerkelijke is wel dat Delville door deze breuk tijdens zijn carrière voorzitter van beide verenigingen is geweest. Het is soort Belgische compromis dat iedereen op het moment zelf tevreden stelt, maar het zal op lange termijn voor de algemene werking van beroeps filmpers in ons land consequenties hebben. Tot de dag van vandaag overigens, zoals een minder grote slagkracht naar de filmwereld toe.



Joë van Cottom, président pour... 32 ans !
In 1954 neemt Joe van Cottom, directeur van Cine-Review (het latere Ciné Télé Revue) de fakkel als voorzitter over. Hij heeft wel getwijfeld. Later zegt hij hierover. "In 1954 kent de BeroepsVereniging van de Belgische filmpers (vandaag de UBFP) een moeilijke tijd. Een delegatie van het bestuur van de vereniging kwam naar mij en legde me uit dat het gala bal dat georganiseerd werd bij de Cercle Gaulois door de ontslagnemende voorzitter van de afdeling Brussel en waarbij Engelse vedetten waren uitgenodigd, op een fiasco was uitgelopen. Voorts vertelden ze mij dat de kassa leeg was en dat het voortbestaan van de vereniging door de gestadige leegloop bedreigd werd. Deze delegatie bood me dan het voorzitterschap aan. Eerst weigerde ik het omdat het mij om vele redenen nauwelijks interesseerde. Tegen het argument dat ik niet het recht had om het einde van beroepsvereniging, waavan ik één van de laatste oprichtende leden was en die een steunfonds voor zijn leden had opgezet in te luiden, kon ik geen weerwerk leveren. (…)."
Over de Belgische film zei Joe Van Cottom in 1955: "Er is maar één manier voor België ─ en ik denk dat dit geldt voor alle kleine producerende landen om de vicieuze cirkel waarin de Belgische film langzaam verdwijnt te doorbreken, nl. de co-productie (...) België is van oudsher altijd al een knooppunt van verschillende culturen in West-Europa geweest (...) Het kan dan ook, in film termen, een schakel tussen de grote landen vormen”

Een nuttig militantisme
In 1958 wordt Stanley Kubricks’Paths of Glory in Frankrijk verboden. Hij zal er pas in 1975 in de bioscopen te zien zijn. Hoewel de Brusselse bioscoop Variétés onder druk wordt gezet om de film niet te vertonen, verkiest de exploitant dit wel te doen. Maar de Franse en Belgische oudstrijders maken tijdens de eerste voorstellingen dusdanig kabaal dat de film niet meer wordt geprogrammeerd. Pas na een gezamenlijke mobilisatie van de Beroepsvereniging van de Belgische Film Pers en de Unie van de Film Kritiek (UFK), dan al twintig jaar na de splitsing twee afzonderlijke organistaties, maar met een vriendschappelijke omgang, en ook dankzij de manifestatie van 2000 studenten van de Vrije Universiteit Brussel, wordt de film opnieuw vertoond.. Deze gebeurtenis krijgt in de pers grote weerklank.

1960-70

Kortademigheid

Ondanks het uiteenvallen van de vereniging blijft de vereniging gala's en prijzen uitreiken, maar ze moet het doen me minder personeel en financiële middelen. Waarom doet ze het dat dan nog ? De UFK neemt aan belang toe. Beide filmpers verenigingen blijken ook bij de splitsing voordelen te hebben.. De archieven van de Koninklijke Bibliotheek van België en de Cinematek getuigen hiervan. Elk van de twee verenigingen ziet zich gedwongen om initiatieven te nemen. Overigens tegenwoordig is er nog een klein onderscheid tussen de beide verenigingen. Gelukkig zijn met de tijd de spanningen aanzienlijk weggeëbd. Zelfs volledig verdwenen.


1975: 50ste verjaardag
Op dat ogenblik blijkt de televisie al twee decennia in de meeste woonkamers aanwezig te zijn. Het is hier dat voornamelijk naar de film wordt gekeken. Het betekent ook het einde van de gouden eeuw van de bioscoop. De pers verliest meer en meer zijn belangstelling voor film verenigingen. De gespecialiseerde en uitgebreide besprekingen van films zijn minder gevraagd. Het bioscoop landschap kent grote wijzingen. Enerzijds gaan er vele kleine bioscopen dicht door de concurrentie met de TV en de opkomst van de video, maar anderzijds zijn er de eerste multiplexen (eerst in Hasselt in 1972, gevolgd door de pentascoop in Gent) die de deuren open en meer dan ooit de filmprogrammatie bepalen.
De activiteiten van de Vereniging nemen geleidelijk af en ze dreigt weg te deemsteren, zelfs wanneer in 1975 Joe van Cottom nog een prestigieuze gala ter gelegenheid van de 50se verjaardag van de Vereniging organiseert. Vanaf het begin van de jaren 1930 tot 2005 kent de Nationale vereniging uit verschillende regionale afdeling : Brussel, Vlaanderen, Antwerpen, Luik, Henegouwen-Namen en Leuven. Deze afdelingen tellen toen genoeg plaatselijke beroepsjournalisten die over film werken om ze in een eigen locale afdeling te verenigen.
Tijdens de jaren 1970 is voornamelijk de Antwerpse Afdeling, onder voorzitterschap van Marc Turfkruyer erg dynamisch. Op het internationaal vlak, in de FIPRESCI, en zeker tot 1981 is de vereniging zeer dynamisch dankzij personaliteiten als René De Borger, Turfkruyer en Marc Denis Marion. Verschillende leden van de vereniging nemen deel aan de FIPRESCI jury's tijdens tal van internationale filmfestivals. De vereniging is de enig internationaal erkende beroepsvereniging voor de filmpers bij de Fipresci.

1980

het begin van de Humanum Prijs

Mid-1980 vindt de Vereniging zijn nieuwe adem. In 1984 lanceert een Franse film journalist ... Michel Mouligny de Humanum Prijs. Deze wordt toegekend aan een film die een pleidooi is om in harmonie tussen verschillende volkeren samen te leven. Meer en meer Jonge journalisten blijken in die jaren ook meer geïnteresseerd te zin in de Vereniging, die verder de banden met de FIPRESCI versterkt.

de oprichting van de Grote Prijs
Na de zware erfenis van Joe van Cottom en met de nieuwe voorzitter Lommé, nemen de leden van de vereniging opnieuw initiatieven. In 1991 lanceren ze de jaarlijkse Grote Prijs van de BFF, waarmee de beste film uitgebracht in België tijdens het voorbije jaar beloond wordt.
Overigens in een ver verleden werden er door de vereniging ook prijzen uitgereikt door de raad van bestuur. Het ging daarbij om de "Beste Film van de Maand" en "beste film van het seizoen.". Ronnie Pede slaagt erin om in 1996 een Fipresci jury waaraan ook de leden van de vereniging deelnemen te introduceren bij het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen Gent, dan de meest exclusieve festival in België. Helaas blijft het maar met één editie. Aan het einde van het decennium kan de Vereniging er voor zorgen dat haar persprijs op het Brussels Film Festival, in de edities 1998 en 1999 wordt uitgereikt. In 2015 wordt het Brussels Internationaal filmfestival geleid door door Ivan Corbisier, voormalig voorzitter van de Brusselse afdeling van de vereniging.

1990

de oprichting van de Grote Prijs

Na de zware erfenis van Joe van Cottom en met de nieuwe voorzitter Lommé, nemen de leden van de vereniging opnieuw initiatieven. In 1991 lanceren ze de jaarlijkse Grote Prijs van de BFF, waarmee de beste film uitgebracht in België tijdens het voorbije jaar beloond wordt.
Overigens in een ver verleden werden er door de vereniging ook prijzen uitgereikt door de raad van bestuur. Het ging daarbij om de "Beste Film van de Maand" en "beste film van het seizoen.". Ronnie Pede slaagt erin om in 1996 een Fipresci jury waaraan ook de leden van de vereniging deelnemen te introduceren bij het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen Gent, dan de meest exclusieve festival in België. Helaas blijft het maar met één editie. Aan het einde van het decennium kan de Vereniging er voor zorgen dat haar persprijs op het Brussels Film Festival, in de edities 1998 en 1999 wordt uitgereikt. In 2015 wordt het Brussels Internationaal filmfestival geleid door door Ivan Corbisier, voormalig voorzitter van de Brusselse afdeling van de vereniging.

2000

naamswijziging

In het midden van de jaren 1990 treedt er een nieuwe generatie in de vereniging op de voorgrond. Ze wil meer animo en activiteiten in en met de vereniging organiseren en door zijn activiteiten ook meer aanzien verwerven. . Maar de door haar voorgestelde initiatieven worden door de nationale voorzitter niet aangemoedigd en zelden goedgekeurd. Tot de vertegenwoordigers van deze nieuwe generatie behoren Ronnie Pede, Dominique Ronse en Ivan Corbissier. zij zijn dan ofwel voorzitter of secretaris van de afdeling Brussel van het APPCB actief zijn. De nationale voorzitter Lommé die in de jaren tachtig voor een nieuw elan in de vereniging heeft gezorgd blijkt nu een probleem te zijn. Dit komt tot uiting als blijkt dat hij op het festival van Cannes in grote advertenties zichzelf aanprijst als aankoper van films. Voorts blijkt dat hij meer en meer beslissingen neemt die eerder in zijn voordeel zijn dan in deze van de leden. Het jaarlijks hoogtepunt voor de vereniging in de jaren negentig waarbij de filmprijzen worden gekozen en bekendgemaakt moet het meestal zonder de voorzitter stellen.. Hij heeft amper interesse voor de Fipresci en staat tegenover het lidmaatschap vijandig, terwijl de vereniging er de mede oprichter van is! De nationale voorzitter blijkt alle kritiek telkens naast zich neer te leggen en bij voornamelijk de Brusselse afdeling van de Vereniging, die ook de meeste leden telt, groeit de onvrede en frustraties. Het resultaat is een open en erg hard confrontatie tussen de Brusselse afdeling met zijn nationale voorzitter, die de steun van andere afdelingen (Antwerpen en Luik) weet te verwerven. Het resultaat was een nieuw uiteenvallen in 2005 van de vereniging en dit vanwege onduidelijke passages in de statuten. De Beroepsvereniging van de Belgische filmpers is een feitelijke vereniging. De nationale voorzitter belemmerde zelfs het circuleren van deze statuten onder de leden.
In 2006 komt er een einde aan de onduidelijkheden. De oud voorzitter Rolland Lommé overlijdt op 69 jarige leeftijd. De leden verlangen helderheid, communicatie en een modernisering. De Vereniging verandert haar statuten en wordt een VZW met de officiele tweetalige publicatie van de statute. Het herenigt de leden van de voormalige Brusselse afdeling, aangevuld met een aantal Antwerpse en Luikse leden. Er wordt enkel een tweetalige nationale vereniging zonder afdelingen gevormd.. De voormalige afdelingen van de BBF te Luik en te Antwerpen blijken hun eigen weg te gaan.. De Luikse afdeling telt slechts een handvol leden. In 2006 krijgt de Beroepsvereniging van de Belgische filmpers (BBF) dan de nieuwe naam van de Unie van de Belgische Film kritiek (UBFP).

2010

een nieuw begin

In het Tweede decennium van het derde millennium, is de Belgische media-omgeving onderhevig aan veranderingen. De UBFP weet dat ze zich aan de nieuwe wind moet aanpassen om te overleven. Een nieuwe generatie meldt zich ook aan . De nieuwe voorzitter David Hainaut, 32 jaar, is een freelance journalist, actief sedert 2006 in de filmwereld. Hij neemt de uitdaging aan en wil de vereniging een nieuw toekomst perspectief bieden en uit haar lethargie halen. Met zijn verkiezing wil hij het begin van een nieuw tijdperk inluiden, niet alleen voor de leden, maar ook de filmwereld.
De jonge voorzitter vertaalt de verwachtingen die hij stelt door concrete acties. Eerst wil hij duidelijk maken dat de UBFP in België een rol kan spelen. Hij ziet het als een verlenging en een invulling van het nationale lidmaatschap van de Fipresci., de internationale 'grote zuster vereniging”. Maar wil daarbij eveneens de Vereniging zijn plaats bezorgen in de media, de filmpers vertegenwoordigen, de kennis van het heden en verleden van de vereniging vastleggen, het aantrekken en de integratie van nieuwe actieve leden in de Vereniging die tot dan toe nooit bij een Beroepsbond van een filmpers hebben behoord.-Bovendien is de bedoeling met het hulpfonds van onderlinge bijstand, dat in 1927 werd opgericht, en met het toekennen van verschillende Prijzen van de Filmkritiek het hele jaar door tijdens verschillende Belgische film festival, een concrete bijdrage leveren aan de Belgische filmwereld.
In 2015 reikt de Vereniging in samenwerking met de UFK op Tien Belgische festivals, de Prijs van de Filmkritiek uit. Om de Algemene Vergadering meer slagkracht te geven wordt in 2014 door de bestuurraad beslist om het aantal lden van vier tot zes te vergroten.